Antibiotica

Antibiotica zijn stoffen die bacteriën in hun groei remmen of zelfs doden. Ze hebben een specifieke werking (selectief toxisch), ze werken wel tegen de bacterie die bestreden moet worden maar niet tegen de zieke gastheer en zijn hierdoor als geneesmiddel te gebruiken.

Let op! Ze werken niet tegen virussen : dus griep en verkoudheid en alle andere virusziektes zijn niet met antibiotica te bestrijden.

De laatste jaren ontstaan er steeds meer resistente bacteriën, waardoor antibiotica hun onschatbaar waarde als geneesmiddel dreigen te verliezen!

We moeten antibiotica daarom zo zuinig mogelijk gebruiken.


De zwakke plekken bij bacteriën

De oorzaak dat deze stoffen wel werken tegen de bacterie maar relatief onschuldig zijn voor de mens is dat er tussen prokaryote (bacterie) en eukaryote (mens en dier) cellen veel verschillen zijn: de aanwezigheid/ afwezigheid van een celwand, de bouw van de ribosomen, en details in de stofwisseling.


Hoe werken antibiotica tegen bacteriën?
Ze werken altijd op een specifiek aangrijpingspunt ,dus op iets dat een bacterie (prokaryoot) wel heeft en een gastheer (eukaryoot) niet:

  • remming celwandsynthese van de bacterie.
  • remming eiwitsynthese,(dat deel wat bacteriespecifiek is)
  • beschadigen van de buitenste celmembraan (bij gramnegatieve bacterien)
  • remming van de nucleïnezuursynthese (dat deel dat bacteriespecifiek is)
  • aangrijpen op de specifieke bacteriestofwisseling

cel met functies

Hierboven de zwakke plekken van de bacterie, lees hier meer over de werking.

Resistentie
Dit is de ongevoeligheid van een bacterie voor een antibioticum ( een erfelijk eigenschap).
Antibiotica en resistentie worden tegenwoordig in een adem genoemd. Het aantal resistente bacterien neemt sterk toe, niet alleen in ziekenhuizen maar ook in het water, de bodem, en zelfs ons voedsel. Lees hier meer over het ontstaan van resistentie bij bacterien.

Persistentie
Een kleine fractie cellen in een bacteriële populatie, overleven de aanwezigheid van het antibioticum door hun stofwisseling stil te leggen, dus in een soort rusttoestand te gaan. Het antibioticum heeft geen vat op niet groeiende cellen omdat het aangrijpt op een actief stofwisselingsproces. Deze persistente cellen zijn genetisch hetzelfde als de gevoelige cellen. Als het antibioticum weg is gaan ze weer groeien maar bij een volgende antibioticumkuur zal weer een klein gedeelte persistent worden. Hierdoor kan een chronische infectie ontstaan.